Ik zit op de bank. Het is kwart over zeven ’s ochtends. Mijn laptop op schoot en nu een half uurtje bezig met tekstuele aanpassingen in mijn teksten voor op mijn website. M’n concentratie valt weg en de herinneringen aan gisteren komen boven. Mijn ogen voelen nog een klein beetje dik.
Gisteren had ik een dag waarin letterlijk niet één afspraak liep zoals gepland. Die van 9 uur was de avond van tevoren via mail afgezegd. De meest urgente uit de twee dubbelgeplande afspraken die ik kon kiezen voor 10 uur, was in twee delen omdat de gereserveerde ruimte niet voor anderhalf uur beschikbaar was. Ik was mijn toegangspas voor het gebouw ergens verloren en moest deze halsoverkop ophalen bij de servicebalie.
De tijd die ik vrij had gehouden voor een afspraak in de middag was opnieuw vrijgekomen via een appje de avond tevoren; op zich goed dat ik die ’s ochtends gelezen had. De nauw aansluitende vervolgafspraak die ik had staan heeft voor de derde keer niets van zich laten horen. Ik wilde zelf mijn afspraak van 16:30 uur naar eerder op de dag verplaatsen zodra ik door kreeg dat mijn middag vrij viel. Dat lukte niet.
Mijn wens was om te gaan hardlopen om wat onrust eruit te lopen. Overspoeld met belletjes over rollen en verantwoordelijkheden binnen het bedrijf. 's Middags alvast naar huis en het avondeten voorbereid terwijl op mijn mobiel het ongelezen berichtje stond: “Zullen we uit eten vanavond?”
Weer onderweg terug naar kantoor richting afspraak van 16:30 uur om daarna een restaurant op te zoeken. Door de stad fietsend, merkend dat ik eigenlijk geen zin had in de gerechten van het enige, op maandag geopende, leuke restaurant. Na twijfelachtig door de stad gefietst te hebben weer terug naar huis om het avondeten af te maken.
Het koken gaat niet zoals ik wil en ik weet überhaupt niet hoe ik het wil, omdat het de eerste keer is dat ik dit gerecht maak. Voordat ik een hap genomen heb, van tafel gegaan om onder zachte dwang te beseffen dat het in mijn hoofd inmiddels te laat is om te eten en dat hardlopen goed zou zijn voor me op dat moment.
Het is donker buiten en ik heb een oranje shirt aan en een lampje om mijn bovenarm. Ik heb het gevoel dat er een volgspotlight op mij staat.
“Kijk, dit meisje schaamt zich diep. Ze ziet er niet uit met haar betraande gezicht en loopneus, en alle schade die ze vandaag heeft gemaakt. Haar hele dag is afspraak na afspraak omgegooid terwijl ze zo ontzettend haar best deed het iedereen naar het zin te maken.”
Ik ren hard. Te hard voor een jogtempo, maar ik houd het lang vol. De onrust in mijn ribbenkast is er bij thuiskomst alleen nog maar als ik gericht denk aan de dingen die me vandaag pijn hebben gedaan.
Vooral ikzelf. Vooral ikzelf heb mezelf pijn gedaan vandaag. Met al mijn welkom willen heten, maar niet waardevol kunnen zijn. Met al mijn regelen maar niet voor mezelf. En al mijn "er voor je willen zijn", maar niet voor mijzelf. Vooral ikzelf.
#Implementatiecoach #Kronkels