Impactvolle gebeurtenissen hebben we allemaal in ons leven. Misschien heb je zelf nog een herinneren uit je vroege jeugd. Of heb je afgelopen week iets heel positief moois meegemaakt of ben je negatief overvallen. Het diepe gevoel wat we krijgen bij het meemaken van een impactvolle gebeurtenis lijken we op te slaan in ons lijf. Zelfs prenatale stress kan al effect hebben op stressregulatie(1), hoewel dat is geen bewuste of episodische herinnering zal zijn. Van mooie, positieve moment hebben we vaak mooie herinneringen waar we vaak en graag aan terugdenken. Aan negatieve gebeurtenissen denken we iets minder graag terug. In sommige gevallen zelfs helemaal liever niet, en verdringen we ‘het’ daarmee. Sterker nog, soms is er niet eens iets ‘opgeslagen’ om aan terug te denken. Als we gevraagd worden, misschien door onszelf, dan reproduceren we van specifieke gebeurtenissen weinig beeld, weinig detail. Opvallend is dat er zich soms wel een diep gevoel bekendmaakt. Een ongrijpbaar gevoel wat best moeilijk onder woorden te brengen is. En omdat het een negatief gevoel is, stoppen we het graag snel weer weg. Er is dus wel íets opgeslagen. Namelijk door een netwerkproces in even simpel gezegd vooral het limbisch brein.
Beeld, detail, verhaal en context worden tot herinnering gemaakt door het cognitief gedeelte van het brein. Zie het als een filmpje wat je op aanvraag terug kunt kijken, waarvan je de verhaallijn en het plot goed kunt plaatsen.
Gevoel, reactie en instinct worden geregeld vanuit het limbisch brein. Denk aan het weggaan bij een gevaarlijke situatie, zonder dat je erbij nadenkt; het bijna branden van je hand aan een hete pan. Bij levensbedreigende situaties is het prettig om niet te hoeven nadenken, maar dat je binnen een seconde reageert op wat er gebeurt*.
Gedachten worden fragmentarisch of sensorisch opgeslagen(2). Het nadenken en verwerken komt later wel, als je daar al de tijd voor neemt. Gedachten aan gebeurtenissen als deze krijgen vaak niet een ereplaats aan de hand van ons geheugen. Sterker nog; je stopt het misschien zo ver mogelijk weg. Daarmee moet het echter wel een plek krijgen in ons lijf; het gaat naar het zogenaamd impliciet geheugen(3). We kunnen immers niet terug in de tijd om situaties niet-mee-te-maken. We omschrijven het alsof we de herinnering verstoppen achter een muur, in een doos of in een kamertje(4). Veilig bij ons ‘vandaan’.
Terwijl het cognitief geheugen allang verder is met de gang van de dag, de week en het leven, weet het limbisch gedeelte van het brein de herinnering feilloos te vinden. Het heeft er namelijk zelf voor gezorgd dat je de toenmalige situatie overleeft hebt, en heeft heel goed opgeslagen welk gevoel, welke situatie en welke reactie daarmee gelinkt zijn. Het heeft de gang van zaken opgeslagen als het waren als een noodprogramma. Het is zijn taak om soortgelijke situaties te herkennen en er opnieuw op te reageren. Voor die opsporingsfunctie de heeft een non-stop scansignaal aan staan, met een duur woord "predictive processing"(5), dat alle in onze hersenen binnenkomende gegevens scant naar of het vergelijkbare signalen herkent. Het is zo gedetailleerd dat het signalen oppikt als snelheden van een obstakel, het inschatten van temperatuur van een oppervlak of het veranderen van spiertjes in een gezicht. Dit gaat zo snel dat de reactie al gevormd en gestuurd is zelfs nog voordat het cognitief deel, het ‘bewustzijn’ iets geregistreerd heeft. En hier komt het woord trigger aan bod, wat we vaak gebruiken voor ‘iets’ waar we de vinger niet op kunnen leggen, maar waar we wel volgens een voorgeprogrammeerd patroon op gereageerd hebben. In die weggestopte herinnering is de gebeurtenis gelabeld als een levensbedreigende situatie en kwam de reactie goed van pas. Je zit, staat of ligt nu namelijk veilig deze blog te lezen. Echter in ons huidige leven hebben we dat levensreddende noodprogramma in 99% van de gevallen niet meer nodig. We reageren zoals we vroeger hebben gedaan, maar in andere omstandigheden en soms zelfs met een redelijk negatief gevolg als een ruzie, onbegrip of frustratie.
Mocht je je bij jezelf bewust van zijn van herhalende negatieve uitkomsten, heb je al een enorm begin gemaakt met het kunnen omgaan met dat lieve, levensreddende, maar soms best onhandige limbisch systeem met het goedbedoelde noodprogramma. Je loopt bijvoorbeeld meermaals aan tegen eenzelfde soort gesprek wat maar in een onopgeloste discussie blijft terugkomen. Of hebt een gedachte die vaak opkomt die steeds maar een negatief staartje geeft aan welke actie je op het punt staat te ondernemen. Klinkt vervelend, maar gefeliciteerd! Je bent je al bewust van dat er iets is wat je anders wenst.
Mocht je je nu beseffen wat dat iets is, dan ben je nóg een stap verder! Je hebt een bewustzijn gecreëerd voor wat maakt dat je op een bepaalde manier reageert. En let wel; het gaat hier om REAgeren. Niet om ACTeren. Om de stap te zetten naar acteren, is het nodig om bewust het limbisch systeem gerust te stellen met handigheden zoals het welbekende tot 10 tellen of 3 keer diep ademhalen voor je een actie neemt.
Persoonlijk vind ik dit gedachtengoed onwijs interessant. Ik kan hier nog heel lang over schrijven. Over ervaringen die ik zelf heb, gebeurtenissen die ik meemaak waarin ik dit herken. En zeker zal ik in verdere teksten nog schrijven over het oefenen met herkenning, bewustwording en omgang met triggers en dat lieve, overbezorgde aansturingssysteem. Over die ruimte met weggestopte herinneringen, de toegang daartoe en de omgang met de obstakels op de route daarnaartoe heb ik gister gesproken met Wouter Klijn; PRI-therapeut en coach. Uit dat gesprek komt natuurlijk ook mijn inspiratie om deze blog te schrijven. Ik vond het zo een inspirerend gesprek. Ik heb in dat uur onwijs veel geleerd over deze vorm van psychotherapie. Hoe werkt het nu dat ik vaak hetzelfde reageer? Hoe komt het dat ik denk te leren, en dan wéér m’n teen tegen dezelfde steen stoot? Wat maakt dat dat limbisch systeem volg lijkt te zitten met situaties die ik niet eens herken? Dankjewel Wouter, voor deze compacte introductie. Voor je heldere en vriendelijke toon. Voor de rust die je uitstraalt terwijl mijn cognitieve brein aan het plaatsen is wat ik allemaal hoor.
Wat een fijn gesprek was dit Wouter, dankjewel voor de tijd die je genomen hebt, de rust in je uitleg en het welkom zijn in de ingewikkelde theorie.
*De amygdala kan binnen ~12–20 milliseconden reageren op dreigingsstimuli. (LeDoux (1996). The Emotional Brain)
1 Glover (2011) effecten van prenatale stress op stressregulatie
2 Lanius et al. (2010) neurobiologie van trauma en dissociatie
3 Schacter, D. (2001). The Seven Sins of Memory
4 Van der Kolk (2014). The Body Keeps the Score
5 Friston (2010) predictive coding theorie
#Implementatiecoach #menselijk