Overslaan naar inhoud

Ponthulpmannen

19 december 2025
5 mei 2026 in
Sophie Buchner
| Nog geen reacties

Een halve minuut na mij komt er een meisje de Amsterdamse pont op. Ze blijft stilstaan midden op de klep. Op zich nog geen probleem, omdat we nog niet vertrekken, maar ze staat redelijk in de weg voor de “normale sociale omgang” van het fietsverkeer, dat nu om haar heen moet. Ze kijkt op haar mobiel en om zich heen.

De ponthulpmeneren duiken erop af en vragen of ze op kan schuiven; uit de weg én van de klep. De vragen en urgentie lijken niet tot haar door te dringen. De ponthulpmeneren zijn de sociale laksheid van tegenwoordig gewend, en daarnaast is er uiteindelijk toch wel de klep die, onder begeleiding van alarm en rood licht, dichtgaat, dus dan zal ze wel moeten verschuiven, is denk ik de aanname.

Er komt een collega van mij langs het meisje heen zeilen, die me vrolijk gedag zegt en een, voor mijn idee, sociaal geaccepteerd en verwacht praatje begint te maken. Hij merkt na drie zinnen dat ik niet helemaal oplet.

“Wacht even, ik denk dat er iets aan de hand is,” zeg ik.

Ik loop naar het meisje toe.

“Ben je oké?” vraag ik.

“Mijn moeder zou hier op deze pont zijn,” krijg ik als antwoord.

“Kun je achterhalen waar ze wel is?”

Het meisje slaat weer dicht.

De tijd om de klep te sluiten en te gaan varen is gekomen. De schipper doet het alarm aan. Het eerste wat door mij heen schiet is: “Dat meent hij toch niet? Hij zíet toch dat er iets mis is?”

Ik heb een kort moment van keuze: mijn fiets achterlaten en het meisje terug op de kade begeleiden, of het meisje op de pont krijgen en dan uitvogelen wat de volgende stap is. Optie één lijkt me het meest veilig in het hoofd van het meisje. Ik begin de woorden te zoeken, maar op precies dat moment zie ik een eindje verderop een vrouw zwaaiend naar ons toe komen.

Het gezicht van het meisje klaart op en direct ontdooit ze. Binnen drie seconden is de moeder op de klep, begeleid ik het meisje een stap naar voren en kan de pont gaan varen.

Vanaf het moment dat ze haar moeder ziet, trek ik me terug naar mijn fiets. Toch gerustgesteld door het idee dat ik “mijn” fiets niet hoef achter te laten. Mijn collega is inmiddels uit het zicht.

Ik denk terug aan de gebeurtenis die, naar mijn inschatting, minder dan drie minuten duurde. Al die tijd onder de “druk” van de normale sociale omgang, de tijdsdruk van de pont en het fysieke licht en geluid dat bij het alarm van de bewegende pontklep hoort.

Waar kwam bij mij opeens de stress vandaan die ik voelde bij het kiezen tussen op de pont versus op de kade? Ik wist dat ze in de weg stond. Ik wist dat ze op iets wachtte. Ik wist toch van tevoren dat de pont moet varen. Dat is immers zijn werk.

Ik besef me dat ik niet doorhad dat niemand om mij heen zich écht interesseerde in wat er gaande was. Die hele drie minuten hing van aannames, belangenverstrengeling en desinteresse aan elkaar.

Voor duidelijkheid is tijd nodig. Tijd voor begrip. Helderheid: wat begrijpen jij en ik nog niet? Rust en besef: iedereen op hetzelfde informatieniveau, zonder aannames. Alle spelers die op dat moment een rol hebben.

De schipper vervult zijn baan. De ponthulpmeneren die van hun.

Mijn blik valt op de moeder en het meisje, dat naar mij wijst. Ik glimlach en knik. Zij glimlachen terug. Ze is oké, haar moeder is oké en ik ben oké. We begrijpen wat er is gebeurd.

#Implementatiecoach #Menselijk

Deel deze tekst
Meer van mijn blogs
Aanmelden om een reactie achter te laten